Lokaal 23 en 24 – daar wordt heus niet alleen muziek gemaakt. Zo begon Mr. Brinkhuis anderhalf jaar geleden aan zijn magnum opus, iets wat nu zo goed als klaar is om in gebruik genomen te worden: van RTTI naar het hier toepasbare RTI-P – een nieuwe beoordelingsmethode.
Filip: “Het huidige cijfersysteem doet de leerling geen eer aan als ik het goed begrijp. Wat is er precies mee mis?”
Mr. Brinkhuis: “Een cijfer is een samenstelling van een aantal onderdelen; praktijk cijfers, inzichtelijke toetsen, reproductieve schriftelijke overhoringen enzovoort. Laat ik even twee voorbeelden van situaties geven, waar de leerling door dit cijfersysteem niet tot zijn recht komt. Situatie één: een hardwerkende leerling spant zich veel in voor het vak en haalt, met moeite, een goed cijfer. Maar dit is alleen door enorme inspanning; erg veel kennis heeft hij niet opgedaan. Situatie twee: iemand loopt de kantjes er vanaf, maar haalt het vak toch met een goed cijfer, omdat hij de capaciteiten duidelijk wel heeft. Deze twee leerlingen zouden hetzelfde cijfer kunnen hebben; toch zou er een onderuit kunnen gaan in het volgende jaar. Een cijfer zegt niet alles.”
Filip: “Dus u heeft een nieuw systeem ontworpen om de cijfers beter over verschillende onderdelen te verdelen om dit soort situaties te verbeteren, toch? Wat is jullie alternatief of voorstel? Wat houdt het in?”
Mr. Brinkhuis: “Het systeem heet RTTI en bestond eigenlijk al. Wij –hoewel de oorsprong eigenlijk bij mij ligt- hebben vervolgens dit toepasbaar geprobeerd te maken (voor het vak muziek) bij ons op school. Laat ik beginnen met een korte toelichting bij deze afkorting. Er zijn in principe 3 belangrijke typen vragen: reproductievragen, toepassingsvragen en inzichtvragen. Het eerste type komt erop neer dat je iets zo op de toets krijgt als je het leert. Laten we het even vergelijken met een taal; Frans bijvoorbeeld. De reproductievragen kun je zien als het stampwerk – het opdreunen van woordjes. Een toepassingsvraag zou dan meer een grammatica opgave zijn. Je kent de regeltjes, maar moet ze toch op de een of andere manier toepassen op een bepaalde situatie. Tot slot zou je de inzichtvragen kunnen zien als het begrijpend lezen, waarbij je toch meer zelf moet nadenken dan toepassen of opdreunen van al eerder opgedaande kennis. Er staan overigens twee T’s omdat er ook wel onderscheid wordt gemaakt tussen toepassen in al enigszins bekende situaties en toepassen in de bredere zin. Je krijgt dus als het ware een bouwwerk: beheers je de reproductie, dan kan je verder met de toepassing enzovoort...
Met deze methode kunnen we voorkomen dat leerlingen later onderuit gaan, door ze sneller, met behulp van prognoses, op de juiste plaats te krijgen. Ik heb nadat ik deze methode leerde kennen ook maar eens mijn eigen toetsen onder de loep genomen en de vragen aldoende verdeeld in de drie categorieën. Vervolgens heb ik deze informatie verwerkt in een programma beter bekend als DetaScore – ‘Deta’ is een samenvoeging van determinatie en data. En ik ben dus bezig gegaan met het toepasbaar maken van RTTI hier op school. Zo kwam ik bij het vak muziek specifiek tot de variant RTI-P, waarin P staat voor praktijk – ook een erg belangrijk onderdeel bij muziek…”
Meneer Brinkhuis laat vervolgens aan de hand van dit programma zien wat er allemaal wel niet mogelijk is. Zo kan je cijfers laten tonen gebaseerd op type(en) toets(en), periode en eveneens als ‘gemiddeld cijfer’ (deze term even voor het onderscheid met de nieuwe methode) of als R of T of I (of P). Tevens krijg je drie prognoses: de lijnen weergeven wat voor cijfer de leerling gemiddeld zal staan mits hij –van boven naar beneden- alleen nog tienen zal halen op de volgende toetsen, hij de cijfers behaalt die hij behaalt, hij alleen nog enen zal halen op de rest van het toetsenspectrum. Ook blijkt als het minder gaat (of beter) bij welke van de drie typen vragen dit het geval is. Of te wel, een docent kan met de leerling uit het eerste voorbeeld praten over of het niveau niet te hoog is en met de tweede leerling over zijn inzet voor het desbetreffende vak. Op deze manier stuur je de leerlingen niet alleen aan
naar waar ze beter op kunnen studeren, maar tevens zullen ze hierdoor minder aandacht te hoeven besteden aan bepaalde andere onderdelen; het is dus een win-win situatie zou je kunnen zeggen.
Mr. Brinkhuis: “Drie belangrijke vragen spelen hierbij een rol: Wat kan iemand? Wat kan iemand niet? –en- Hoe kan ik iemand het beste begeleiden? Dit wordt met behulp van RTI-P aanzienlijk duidelijker dan met de oude methode. Voor het vak muziek blijkt DetaScore goed te werken en wellicht dat het voor andere vakken ook zou kunnen werken. En dit alles natuurlijk om de leerling beter te kunnen begeleiden naar de juiste plaats voor hem of haar."
Er was eens een derde muziekavond, een klassieke avond, in het verleden; dit beviel erg van zowel de kant van muzikant als publiek. Vandaar dat er bij meneer Verhulst en mij een belletje ging rinkelen… Moet er misschien nog een keer zoiets georganiseerd worden?
Mr. Verhulst: “Waarom twee avonden niet genoeg zijn? Er is altijd een overweldigende deelname. Er zijn gewoonweg teveel mensen die mee willen doen. Je wilt graag zoveel mogelijk leerlingen laten spelen, maar ook met het publiek dient rekening gehouden te worden; daardoor proberen wij altijd een balans te vinden tussen een goede lengte van de avond en een te lange avond.”
Een derde muziekavond zou dus erg handig zijn; meer mensen zouden kunnen spelen in voor het publiek aanvaardbare tijdsintervallen. Maar dit hoeft niet perse een klassieke avond te zijn, toch? Als we alle muziek toelaten, hebben we ook meer ruimte voor alle muzikale leerlingen.
Mr. Verhulst: “Zekers, alleen dacht ik zelf zelfs nog wat ruimer: wat nou als iemand heel goed is in dansen of stand-up comedy? Wellicht dat het ook leuk zou zijn als wij naast de muziek op zo’n derde avond meer culturele activiteiten zouden houden – toneel bijvoorbeeld. Of we maken het op een andere manier anders; met een buitenconcert – als het ware als een festival, met catering enzo. De mogelijkheden zijn eindloos; zolang het maar van niveau én gezellig is.”
Daar sluit ik mij bij aan; en omdat wij graag jullie mening horen, doen wij een oproep in de schoolkrant, om er meer bekendheid aan te geven. Heb jij behoefte aan een derde muziekavond? Of wil je liever een culturele avond, omdat je bijvoorbeeld de grapjas van de klas bent? Of ontzettend goed danst? Stuur jouw mening naar de schoolkrant mail.
Dan zullen mr. Verhulst en ik het proberen waar te maken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Heel erg bedankt voor jullie reacties!